Joyous Yorkshire
vrijdag 12 juli 2019
zaterdag 15 juni 2019
Castle Howard & Pride of Rotterdam
Beste vrienden en volgers,
We zitten gezellig
in onze hut op de Pride of Rotterdam. Bij Castle Howard hebben we onze laatste
ponden geruild voor een paar flessen uit de York Brewery. Na vijfhonderd
roundabouts vandaag heeft de chauffeur wel recht op een Minster Ale: 'a crisp and refreshing bitter' .
Castle Howard
en de omliggende Gardens gaan we niet gauw vergeten. Een juweel in de beste
traditie van de Engelse landschapstuinen. Uitgebreide rozentuinen, glooiende gladgeschoren
wandelwegen, kunstig aangelegde
meertjes, en een bos om in te verdwalen. Langs de rand van het bos een breed
gazon als wandelpad met uitzicht op de moors en voorzien van prachtige loden
beelden uit de antieke mythologie.
De familie Howard
ofwel de Earls of Carlisle hadden/hebben het goed voor elkaar. Het huis is
helemaal afgestampt met antiek meubilair, schilderijen en andere snuisterijen.
Leuk om een uurtje of wat in rond te dwalen. Het paleis is gekroond met een elegant
koepeltje. Dat stamt uit 1960. Het orgineel uit de achttiende eeuw is ingestort
bij een desastreuze brand in 1940, waar ook een vleugel met kostbare fresco’s werd verwoest.
Het onderhoud van zo'n groot buiten is natuurlijk kostbaar. Vandaar dat de hele mikmak in een incorporated is ondergebracht. Je betaalt pas belasting als je winst maakt, en het scheelt natuurlijk enorm in de erfbelasting voor de volgende Earl. Toch blijven er potentiele kostenposten: wat kost bijvoorbeeld tweehonderd strekkende meter loden regenpijp, voorzien van rozetten met 'Honi soit qui mal y pense', op maat gemaakt?
Om twaalf
uur komt Paul met een enorme watersleutel de Atlasfontijn aanzetten. Het water
komt uit een reservoir ergens in het bovengelegen Ray Wood, maar dat is niet groot
genoeg om de fontijn de hele dag te laten spuiten.
Koning Pluvius heeft gelukkig ook
problemen met de capaciteit: de regen is gestopt en voorzichtig beekt er een
zonnetje door. Tijd dus om naar Hull te rijden en in te schepen naar Rotterdam.
Beste
vrienden en volgers, bedankt weer voor het lezen van dit Yorkshire blog, en tot
een volgende keer!
Zo, en nu
een lekkere Ale.
donderdag 13 juni 2019
Rievaulx Abbey & Rievaulx Terrace
Beste vrienden en volgers,
Henry VIII heeft over heel Engeland abdijen gesloten. Dus zijn er heden ten dage ook heel wat kloosterruines te bezichtigen. Van Buckland Abbey in Cornwall (waar Sir Francis Drake woonde) tot hier in Yorkshire. Gelukkig zijn we als Oudheid liefbbers doorgewinterde ruinebezoekers. Vandaag staat op het programma Rievaulx Abbey. Ook weer een Cistercienzer klooster dat note bene in hetzelfde jaar werd gesticht als Fountains Abbey. Het ligt er ook niet heel ver vandaan. Bij het aanschaffen van de tickets ontvangen we uitgebreide apologies vanwege het slechte weer. Zo zijn de Engelsen, beleefd en vriendelijk tot op het verkleumde bot. Het correcte antwoord van onze kant is natuurlijk: dank u wel, maar we zijn het gewend in ons land en we vinden het niet erg.
De audioguide laat een aantal Middeleeuwse monniken aan het woord, die vertellen over het spartaanse doch rijke spirituele leven hier. Onder de eerste abbots waren maar liefst twee heiligen, St William en St Aelred. De spritualiteit straalt nog steeds af op de bezoekers, net als in de Middeleeuwen. Was je als leek welgesteld en maakte je bezorgd over je plekje in de hemel, dan deed je een flinke donatie aan het klooster en reserveerde je een plekje voor als je tijd kwam. Wij trotseren de regen en de kilte in de hoop op een knipoog vanaf een wolkje.
De plek van de schrijn van St William is er nog steeds, die van St Aelred, die er eentje van goud had bij het hoofdaltaar in de abdijkerk, is in de tijd van Henry VIII verdwenen. Er zijn tongen die beweren dat het lichaam voordien veiliggesteld is door de toenmalige monniken. Monniken die goedschiks vertrokken, kregen een klein jaargeld, voor anderen was het lot onbestemd doch niet vrolijk.
Het museum bevat wat artefacten die recentelijk zijn opgegraven. Bescheiden, want de abdij is indertijd grondig gestript. Er zijn wat gebeitelde kapitelen, een loden kan waarin de monniken hun jeweetwel lieten lopen voor gebruik in de leerlooierij. Bewaard qebleven omdat een monnik 'm per ongeluk in de latrine liet glippen. En zowaar nog een enorme staaf lood, afkomstig van de dakbedekking, en wellicht omgesmolten met het hout van het dak zelf.
In de heuvels boven de abbey ligt Rievaulx Terrace, in de achttiende eeuw aangelegd door Thomas Duncombe. Een mooi groen biljartlaken om overheen te wandelen en via dertien vista's de ondergelegen abbey te bewonderen. Je begon bij de Tuscan temple, met een middeleeuwse vloer uit het koor beneden en eindigde in de Ionic temple, voor een luxueuze lunch. Dit alles vermits je was uitgenodigd natuurlijk.
Een week om Yorkshire te verkennen is niet eens schamel te noemen. Het is een druppel die even sist op een gloeiende en bloeiende culturele plaat. Morgen nog kijken bij Castle Howard en dan is het alweer voorbij en nemen we de boot terug naar Holland.
Henry VIII heeft over heel Engeland abdijen gesloten. Dus zijn er heden ten dage ook heel wat kloosterruines te bezichtigen. Van Buckland Abbey in Cornwall (waar Sir Francis Drake woonde) tot hier in Yorkshire. Gelukkig zijn we als Oudheid liefbbers doorgewinterde ruinebezoekers. Vandaag staat op het programma Rievaulx Abbey. Ook weer een Cistercienzer klooster dat note bene in hetzelfde jaar werd gesticht als Fountains Abbey. Het ligt er ook niet heel ver vandaan. Bij het aanschaffen van de tickets ontvangen we uitgebreide apologies vanwege het slechte weer. Zo zijn de Engelsen, beleefd en vriendelijk tot op het verkleumde bot. Het correcte antwoord van onze kant is natuurlijk: dank u wel, maar we zijn het gewend in ons land en we vinden het niet erg.
De audioguide laat een aantal Middeleeuwse monniken aan het woord, die vertellen over het spartaanse doch rijke spirituele leven hier. Onder de eerste abbots waren maar liefst twee heiligen, St William en St Aelred. De spritualiteit straalt nog steeds af op de bezoekers, net als in de Middeleeuwen. Was je als leek welgesteld en maakte je bezorgd over je plekje in de hemel, dan deed je een flinke donatie aan het klooster en reserveerde je een plekje voor als je tijd kwam. Wij trotseren de regen en de kilte in de hoop op een knipoog vanaf een wolkje.
De plek van de schrijn van St William is er nog steeds, die van St Aelred, die er eentje van goud had bij het hoofdaltaar in de abdijkerk, is in de tijd van Henry VIII verdwenen. Er zijn tongen die beweren dat het lichaam voordien veiliggesteld is door de toenmalige monniken. Monniken die goedschiks vertrokken, kregen een klein jaargeld, voor anderen was het lot onbestemd doch niet vrolijk.
Het museum bevat wat artefacten die recentelijk zijn opgegraven. Bescheiden, want de abdij is indertijd grondig gestript. Er zijn wat gebeitelde kapitelen, een loden kan waarin de monniken hun jeweetwel lieten lopen voor gebruik in de leerlooierij. Bewaard qebleven omdat een monnik 'm per ongeluk in de latrine liet glippen. En zowaar nog een enorme staaf lood, afkomstig van de dakbedekking, en wellicht omgesmolten met het hout van het dak zelf.
In de heuvels boven de abbey ligt Rievaulx Terrace, in de achttiende eeuw aangelegd door Thomas Duncombe. Een mooi groen biljartlaken om overheen te wandelen en via dertien vista's de ondergelegen abbey te bewonderen. Je begon bij de Tuscan temple, met een middeleeuwse vloer uit het koor beneden en eindigde in de Ionic temple, voor een luxueuze lunch. Dit alles vermits je was uitgenodigd natuurlijk.
Een week om Yorkshire te verkennen is niet eens schamel te noemen. Het is een druppel die even sist op een gloeiende en bloeiende culturele plaat. Morgen nog kijken bij Castle Howard en dan is het alweer voorbij en nemen we de boot terug naar Holland.
woensdag 12 juni 2019
Glorious Yorkshire Dales
Beste vrienden en volgers,
We worden wakker van de koekoeksklok die beneden bij de receptie hangt. Acht koekkoeks tellen we. Maar de zeven hebben we ook ergens geregistreerd.
het weer is vandaag niet erg wandelenswaardig. Laaghangende bewolking waar flink water uit stroomt. Met we laten ons niet ontmoedigen. Na een flink ontbijt met eieren, spek en bloedworst nemen we de lange route door de Dales richting Malham.
De dunne weggetjes nodigen uit tot gezapig tuffen en veel voorrang geven (en krijgen). De luchten zijn vele tinten blauw, en de schapenweiden zijn vele tinten groen. Het lijkt op de aguarellen van William Turner, zij het dat de kleuren een ietsje uitlopen door al het water.
Bij het Visitor Center in Malham parkeren we, betalen de fee en trekken onze bergschoenen aan. Op weg naar de Malham Cove breekt een zonnetje door dat de verder dag heel aardig de overhand weet te houden over de regengoden.
Malham Grove is een natuurlijke klif in het landschap, waar van oudsher de peregrines (slechtvalken) nestelen. Met hulp van een vriendelijke vogelspotter met een fotokanon van een meter, kunnen we een glimp opvangen van Pa peregrine, die vlak voor de nestopening even uitrust.
Boven op de klif is het 'pavement' te zien. De limestone is hier in de laatste ijstijd door het ijs gladgeschuurd, waarna er door ijzige winters spleten in zijn geerodeerd. het is inderdaad net een stoep. In de spleten groeien zeldzame en beschermde planten. helaas wint de zon het hier niet van de snoeiharde wind. Marca wordt bijna weggeblazen. Als ze een parapluie op zou steken, zou ze wegvliegen als een Mary Poppins.
Even verderop is het meer van Malham Tarn een woeste binnenzee in de snoeiharde wind..
Scaleber Force Waterfall is een romantische plek waar het water op artistieke wijze twintig meter over de rotsen naar beneden klatert. Naar verluidt kwam Edward Elgar hier geregeld inspiratie opdoen voor zijn muziek. Volgers gelieve dit na te checken in bijvoorbeeld zijn derde symphonie. Overgeleverd via muzikale schetsen, maar zeer de moeite waard.
We worden wakker van de koekoeksklok die beneden bij de receptie hangt. Acht koekkoeks tellen we. Maar de zeven hebben we ook ergens geregistreerd.
het weer is vandaag niet erg wandelenswaardig. Laaghangende bewolking waar flink water uit stroomt. Met we laten ons niet ontmoedigen. Na een flink ontbijt met eieren, spek en bloedworst nemen we de lange route door de Dales richting Malham.
De dunne weggetjes nodigen uit tot gezapig tuffen en veel voorrang geven (en krijgen). De luchten zijn vele tinten blauw, en de schapenweiden zijn vele tinten groen. Het lijkt op de aguarellen van William Turner, zij het dat de kleuren een ietsje uitlopen door al het water.
Bij het Visitor Center in Malham parkeren we, betalen de fee en trekken onze bergschoenen aan. Op weg naar de Malham Cove breekt een zonnetje door dat de verder dag heel aardig de overhand weet te houden over de regengoden.
Boven op de klif is het 'pavement' te zien. De limestone is hier in de laatste ijstijd door het ijs gladgeschuurd, waarna er door ijzige winters spleten in zijn geerodeerd. het is inderdaad net een stoep. In de spleten groeien zeldzame en beschermde planten. helaas wint de zon het hier niet van de snoeiharde wind. Marca wordt bijna weggeblazen. Als ze een parapluie op zou steken, zou ze wegvliegen als een Mary Poppins.
Even verderop is het meer van Malham Tarn een woeste binnenzee in de snoeiharde wind..
Scaleber Force Waterfall is een romantische plek waar het water op artistieke wijze twintig meter over de rotsen naar beneden klatert. Naar verluidt kwam Edward Elgar hier geregeld inspiratie opdoen voor zijn muziek. Volgers gelieve dit na te checken in bijvoorbeeld zijn derde symphonie. Overgeleverd via muzikale schetsen, maar zeer de moeite waard.
dinsdag 11 juni 2019
Fountains Abbey & Studley Royal
Beste vrienden en volgers,
De voorspelling voor vandaag is wederom de bekende Engelse liquid sunshine, maar we doen het er maar mee. het is in ieder geval overal mooi groen.
We rijden door het vlakke land rond York langs dunne weggetjes omzoomd met muurtjes van los gestapelde stenen. Als we bij de Yorkshire Dales komen, wordt het terrein wat meer geaccidenteerd. Doel van van vandaag is een bezoek aan Fountains Abbey.
Dat is een Cistercienzer klooster uit de twaalfde eeuw, maar niet intact, het is een ruine. Overal in Engeland heb je zulke ruines. Koning Henry VIII is hier schuldig aan. hij hief begin zestiende eeuw het Engelse kloosterwezen op, en maakte zich en passant meester van de rijke clericale bezittingen. Die werden verkocht aan de hoogste bieder. De kloostergebouwen werden gestript van kostbaar materiaal zoals glas, lood voor de daken en kant en klaar bouwmateriaal.
Fountains Abbey ligt afgelegen in het dal van het riviertje de Skell. De Cistercienzer monniken stonden een spartaanse levenswijze voor, met per dag acht gebedsmomenten, waaronder de laudes (' s morgens), de vespers (' s avonds) maar ook de vigiles die midden in de nacht werden gebeden.
Na een moeizame start in 1132 groeide het klooster uit tot een rijke gemeenschap met een prachtig gebouwencomplex. Nog steeds is voorstelbaar hoe prachtig en weelderig het allemaal was. hoelwel schaars met versieringen. Er waren choir monks, die geletterd waren in de Latijnse taal, en hun leven weidden aan gebed, contemplatie en studie. Het bewerken van de omliggende landen werd overgelaten aan de lekenbroeders, die ongeletterd waren en strikt gescheiden leefden van de hogere monniken. In later tijden waren er onder de monniken veel gewijde priesters, en elk van hen werd geacht iedere dag de mis op te dragen. Speciaal voor hen werd de kloosterkerk uitgebreid met de kapel-met-de-negen altaren.
Als een monnik overleed, werd hij na de uitvaart door de speciale noord uitgang (foto) naar buiten gedragen en aldaar begraven.
Het geheel behoort tot het UNESCO World Heritage, maar dat komt eigenlijk niet eens door de Abbey. Even stroomafwaards van de Skell bewoonde in de achtiende eeuw ene John Aislabie het buiten van Studley Royal.
Hij legde op zijn terreinen prachtige watertuinen aan, waar hij zijn gasten feteerde. Zijn zoon William kocht van de buren de kloosterruines, die natuurlijk flink bijdroegen aan de grandeur van de watertuinen. In die tijd was het mode om als adellijk persoon een ruine in de tuin te laten installeren, maar een heus vervallen klooster was natuurlijk helemaal top.
Tuinen en ruines vormen een heerlijk wandelgebied, en vrijwilligers van de National Trust (de huidige eigenaar) verzorgen leuke informatieve rondleidingen.
Een plek om nog eens terug te komen. Want we hebben het Deer Park van Studley Royal nog niet eens gezien, en ook niet Fountains Hall (gebouwd van stenen van de Abbey). En wellicht is het dan ook mooier weer. Studley Royal Hall gaan we niet bezichtigen. Dat is helaas afgebrand in de jaren veertig.
We logeren op Harefield Hall in Pateley Bridge. Een zeventiende eeuwse heerlijkheid en nu een hotel met tapijt in tartan motief, een eetzaal met een harnas in de hoek, en een heel begeerlijk menurepertoire.
De voorspelling voor vandaag is wederom de bekende Engelse liquid sunshine, maar we doen het er maar mee. het is in ieder geval overal mooi groen.
We rijden door het vlakke land rond York langs dunne weggetjes omzoomd met muurtjes van los gestapelde stenen. Als we bij de Yorkshire Dales komen, wordt het terrein wat meer geaccidenteerd. Doel van van vandaag is een bezoek aan Fountains Abbey.
Dat is een Cistercienzer klooster uit de twaalfde eeuw, maar niet intact, het is een ruine. Overal in Engeland heb je zulke ruines. Koning Henry VIII is hier schuldig aan. hij hief begin zestiende eeuw het Engelse kloosterwezen op, en maakte zich en passant meester van de rijke clericale bezittingen. Die werden verkocht aan de hoogste bieder. De kloostergebouwen werden gestript van kostbaar materiaal zoals glas, lood voor de daken en kant en klaar bouwmateriaal.
Fountains Abbey ligt afgelegen in het dal van het riviertje de Skell. De Cistercienzer monniken stonden een spartaanse levenswijze voor, met per dag acht gebedsmomenten, waaronder de laudes (' s morgens), de vespers (' s avonds) maar ook de vigiles die midden in de nacht werden gebeden.
Na een moeizame start in 1132 groeide het klooster uit tot een rijke gemeenschap met een prachtig gebouwencomplex. Nog steeds is voorstelbaar hoe prachtig en weelderig het allemaal was. hoelwel schaars met versieringen. Er waren choir monks, die geletterd waren in de Latijnse taal, en hun leven weidden aan gebed, contemplatie en studie. Het bewerken van de omliggende landen werd overgelaten aan de lekenbroeders, die ongeletterd waren en strikt gescheiden leefden van de hogere monniken. In later tijden waren er onder de monniken veel gewijde priesters, en elk van hen werd geacht iedere dag de mis op te dragen. Speciaal voor hen werd de kloosterkerk uitgebreid met de kapel-met-de-negen altaren.
Als een monnik overleed, werd hij na de uitvaart door de speciale noord uitgang (foto) naar buiten gedragen en aldaar begraven.
Het geheel behoort tot het UNESCO World Heritage, maar dat komt eigenlijk niet eens door de Abbey. Even stroomafwaards van de Skell bewoonde in de achtiende eeuw ene John Aislabie het buiten van Studley Royal.
Hij legde op zijn terreinen prachtige watertuinen aan, waar hij zijn gasten feteerde. Zijn zoon William kocht van de buren de kloosterruines, die natuurlijk flink bijdroegen aan de grandeur van de watertuinen. In die tijd was het mode om als adellijk persoon een ruine in de tuin te laten installeren, maar een heus vervallen klooster was natuurlijk helemaal top.
Tuinen en ruines vormen een heerlijk wandelgebied, en vrijwilligers van de National Trust (de huidige eigenaar) verzorgen leuke informatieve rondleidingen.
Een plek om nog eens terug te komen. Want we hebben het Deer Park van Studley Royal nog niet eens gezien, en ook niet Fountains Hall (gebouwd van stenen van de Abbey). En wellicht is het dan ook mooier weer. Studley Royal Hall gaan we niet bezichtigen. Dat is helaas afgebrand in de jaren veertig.
We logeren op Harefield Hall in Pateley Bridge. Een zeventiende eeuwse heerlijkheid en nu een hotel met tapijt in tartan motief, een eetzaal met een harnas in de hoek, en een heel begeerlijk menurepertoire.
maandag 10 juni 2019
York Minster en andere zaken
Beste vrienden en volgers,
In Holland vallen de hagelkorrels als eieren zo groot uit de lucht op deze tweede Pinksterdag. In York is het gewoon een maandag en miezert het wat. Dat weerhoudt ons niet om nog zoveel mogelijk van de stad te zien en te beleven voor we verder trekken richting de Yorkshire Dales.
We beginnen bij de York Minster, ofwel officieel voluit ' the Cathedral and Metropolitan Church of Saint Peter in York' . De buitenkant hebben we gisteren al bekeken, inclusief een verse St Petrus op de gevel, en nu gaan we de binnenkant bekijken.
We krijgen een rondleiding van een gezellige ouwe klep van een dame, die alles weet van de geschiedenis van de Minster. Ze vertelt honderduit over de bouw, die 250 jaar duurde ( vrij vlot, de kathedraal van Canterbury is pas in de 20e eeuw voltooid). Over Walter de Grey die hier aardsbisschop was in de 12 eeuw, en nu in steen in de kathedraal ligt met mijter, staf en blote voeten. Over de branden die hier woedden en grote schade aanrichtten. In 1984 sloeg de bliksem in. De brandweer wist de kathedraal te redden, behalve het dak van een zijbeuk. Nu is het weer als nieuw, met aan de binnenkant ornamentale rozetten, ontworpen door kinderen via een tv-prijsvraag.
Maar het mooiste aan de Minster zijn de vele, vele middeleeuwse glas-in--lood ramen.
In de crypte kan je heel diep beneden nog een glimp opvangen van de pilaren van het Romeinse comandantuur.
De volgende halte is Clifford' s Tower, de stronghold van het Normandische kasteel, dat in feite een uitvoering in steen was van de bestaande Saksische sterkte. Je kan van de transen uitkijken over heel York, en het tijdelijke Shakespeare theater dat aan de voet in aanbouw is.
Fairfax House ligt vlakbij. Het is een luxe Georgian townhouse, beeldig gerestaureerd, met een volledig passend interieur. Fairfax was een rijke landeigenaar, die het huis kocht voor tweeduizend pond (een fortuin in die tijd), en liet opleuken voor nog eens acht duizend. En dan te bedenken dat er voor de restauratie een cinema en een dansschool in gehuisvest was.
We nemen ook nog een kijkje in Barley Hall, een groots Middeleeuws rijkeluishuis, dat in de jaren tachtig niet meer als zodanig herkenbaar was, en op de nominatie voor de sloop stond. Net op tijd besefte men het belang voor de volgende generaties, en wist men het te redden. De eetzaal is groots.
Vensterglas was niet verkrijgbaar of te betalen, dus gebruikte men velletjes lichtdoorlatend materiaal, vervaardigd uit de hoorns van het vee dat in de Shambles werd geslacht.
' s Avonds wonen we de generale repetitie bij van de Eliah van Mendelssohn. Het koor bestaat uit amateurs, en in de laatste sessie scherpt de dirigent met ijzeren discipline de uitvoering nog wat aan. We zijn onder de indruk, en wensen de koorleden toi toi toi bij de uitvoering later deze week in Coventry. En of sommige koorleden nog willen betalen voor de gehuurde bus naar Coventry. Tien pond per persoon. Je moet wat over hebben voor de kunst.
In Holland vallen de hagelkorrels als eieren zo groot uit de lucht op deze tweede Pinksterdag. In York is het gewoon een maandag en miezert het wat. Dat weerhoudt ons niet om nog zoveel mogelijk van de stad te zien en te beleven voor we verder trekken richting de Yorkshire Dales.
We beginnen bij de York Minster, ofwel officieel voluit ' the Cathedral and Metropolitan Church of Saint Peter in York' . De buitenkant hebben we gisteren al bekeken, inclusief een verse St Petrus op de gevel, en nu gaan we de binnenkant bekijken.
We krijgen een rondleiding van een gezellige ouwe klep van een dame, die alles weet van de geschiedenis van de Minster. Ze vertelt honderduit over de bouw, die 250 jaar duurde ( vrij vlot, de kathedraal van Canterbury is pas in de 20e eeuw voltooid). Over Walter de Grey die hier aardsbisschop was in de 12 eeuw, en nu in steen in de kathedraal ligt met mijter, staf en blote voeten. Over de branden die hier woedden en grote schade aanrichtten. In 1984 sloeg de bliksem in. De brandweer wist de kathedraal te redden, behalve het dak van een zijbeuk. Nu is het weer als nieuw, met aan de binnenkant ornamentale rozetten, ontworpen door kinderen via een tv-prijsvraag.
Maar het mooiste aan de Minster zijn de vele, vele middeleeuwse glas-in--lood ramen.
In de crypte kan je heel diep beneden nog een glimp opvangen van de pilaren van het Romeinse comandantuur.
De volgende halte is Clifford' s Tower, de stronghold van het Normandische kasteel, dat in feite een uitvoering in steen was van de bestaande Saksische sterkte. Je kan van de transen uitkijken over heel York, en het tijdelijke Shakespeare theater dat aan de voet in aanbouw is.
Fairfax House ligt vlakbij. Het is een luxe Georgian townhouse, beeldig gerestaureerd, met een volledig passend interieur. Fairfax was een rijke landeigenaar, die het huis kocht voor tweeduizend pond (een fortuin in die tijd), en liet opleuken voor nog eens acht duizend. En dan te bedenken dat er voor de restauratie een cinema en een dansschool in gehuisvest was.
We nemen ook nog een kijkje in Barley Hall, een groots Middeleeuws rijkeluishuis, dat in de jaren tachtig niet meer als zodanig herkenbaar was, en op de nominatie voor de sloop stond. Net op tijd besefte men het belang voor de volgende generaties, en wist men het te redden. De eetzaal is groots.
Vensterglas was niet verkrijgbaar of te betalen, dus gebruikte men velletjes lichtdoorlatend materiaal, vervaardigd uit de hoorns van het vee dat in de Shambles werd geslacht.
' s Avonds wonen we de generale repetitie bij van de Eliah van Mendelssohn. Het koor bestaat uit amateurs, en in de laatste sessie scherpt de dirigent met ijzeren discipline de uitvoering nog wat aan. We zijn onder de indruk, en wensen de koorleden toi toi toi bij de uitvoering later deze week in Coventry. En of sommige koorleden nog willen betalen voor de gehuurde bus naar Coventry. Tien pond per persoon. Je moet wat over hebben voor de kunst.
Abonneren op:
Reacties (Atom)



